Het versje Hebban olla vogala met daarboven de Latijnse vertaling | Oxford, Bodleian Library, Bodley 340, fol. 169v.

Grenzen, taal & grondgebied
Lees dit artikel in:
Einde 11e eeuw
Lees voor

Hebban olla vogala

Sporen van het oudste Nederlands

Dit zijn de oudste Nederlandse regels uit een gedicht:

‘Hebban olla vogala nestas hagunnan

hinase hic enda thu.

Wat unbidan we nu?’

De woorden klinken vandaag moeilijk. Maar de Nederlandse woorden van nu, komen uit dat oude Nederlands. Het gedicht staat geschreven op de laatste bladzijde van een document.

We weten wat het betekent:

‘Alle vogels zijn aan hun nesten begonnen,

behalve ik en jij.

Waar wachten we nog op?’

Lees voor

We weten ook wie de woorden opschreef: een monnik. We weten waar hij woonde: in een klooster in Engeland. We denken dat hij uit Vlaanderen kwam. We weten wanneer hij de woorden opschreef: bijna duizend jaar geleden. We weten zelfs waarom hij ze opschreef: om zijn nieuwe pen te testen. We denken dat ze uit een liedje over de liefde komen.

Schepenbrief van Bochoute

Oudenaarde, Archief OCMW, oorkonde nr. 542.

Deze schepenbrief van Bochoute is de oudste bewaard gebleven Nederlandstalige oorkonde (mei 1249) die geen vertaling is uit het Latijn. Boidin Molniser verkoopt 2,5 bunder land aan de Gentenaar Henric van den Putte, op voorwaarde dat hij het verder mag bewerken tegen betaling van een jaarlijkse erfrente van één mud tarwe en twee gesneden hanen.

Lees voor

Sporen van het oudste Nederlands

Stukjes Oud-Nederlands in namen

‘Hebban olla vogala’ zijn de oudste regels uit een Nederlands gedicht. Het is niet het oudste Nederlands dat we kennen. In namen van plaatsen en personen zitten soms stukjes van ouder Nederlands.

Bijvoorbeeld: Het stukje ‘zele’ in de plaatsnaam Dadizele betekent ‘woonplaats’. Het lijkt op ons woord ‘zaal’.

De oudste woorden in het Oud-Nederlands

De oudste woorden die we kennen, zijn opgeschreven in de jaren 700. Het zijn vertalingen van Latijnse woorden. Iemand schreef ze bij de Latijnse tekst: in de rand of tussen de regels. We kennen ook Oud-Nederlandse spreuken en teksten over wetten. De langste tekst in het Oud-Nederlands gaat over een stuk van de Bijbel. Hij is van ongeveer 1100.

Nederlands is een Germaanse taal

Mensen die in het noorden en westen van Europa woonden, noemen we Germanen. Zij spraken Oud-Germaans. In de loop van de tijd spraken verschillende groepen Germanen allemaal een beetje anders. Zo ontstaan nieuwe talen, zoals het Oud-Nederlands. Uit het Oud-Germaans is na lange tijd het Nederlands ontstaan, en ook het Engels en het Duits.

Het Oud-Nederlands is de naam voor verschillende dialecten die de mensen in de Lage Landen Ongeveer het gebied van België en Nederland. spraken. In elke streek werd het Oud-Nederlands een beetje anders uitgesproken en geschreven.

Het Oud-Nederlands verandert

Vanaf 1150 verandert het Oud-Nederlands. De klinkers op het einde van een woord worden doffer. Bijvoorbeeld: ‘hebban’ wordt ‘hebben’, ‘vogala’ wordt ‘vogele’. Vanaf dan spreken we over Middel-Nederlands. Het Middel-Nederlands verandert langzaam naar het Nederlands van vandaag.

Focuspunten

Oudste Nederlandstalige ambtelijke tekst.

Gent, Rijksarchief, fonds Rijke Gasthuis, voorlopig nr. B 4593.

De statuten van de Leprozerie van Gent bieden de oudste ambtelijke tekst in het Nederlands (circa 14 november 1236).

 

 

Lees voor

De grenzen van het Nederlands

Talen lijken op elkaar

Het verschil tussen de oude Germaanse dialecten is niet altijd duidelijk. Aan de kust van Engeland spraken mensen Oud-Engels. Die taal lijkt hard op het Oud-Nederlands, dat mensen spraken aan de kust van Vlaanderen. Hebban olla vogala kan dus ook Oud-Engels zijn.

In het oosten gingen de talen beetje bij beetje in elkaar over. Ging je meer naar het oosten, dan leek de taal meer op Oud-Duits. Pas na de middeleeuwen ontstaan er twee aparte talen: Nederlands en Duits.

De grens tussen Nederlands en Frans

In de Lage Landen wonen tot het jaar 300 vooral Gallo-Romeinen. Die spreken Latijn. Nadien vallen Germanen onze streek binnen. De meeste Gallo-RomeinenMensen uit onze streken, Galliërs, namen de gewoontes van de Romeinen over. trekken weg. Ze gaan wonen ten zuiden van een weg die loopt van Keulen naar Boulogne. De meeste Germanen blijven ten noorden van die weg. Zo ontstaan langzaam twee taalgebieden: het gebied waar mensen Germaans spreken en het gebied waar mensen Latijn spreken. Germaans wordt later Nederlands, Latijn wordt later Frans. De taalgrens tussen Nederlands en Frans ligt vandaag op ongeveer dezelfde plaats.

Memoriaal Leprozerie.

Brugge, Rijksarchief, inv. nr. 3944.

In zijn Memoriaal hield hereboer Simon de Rikelike, uit het Brugse Vrije, van 1323 tot 1336 in het Vlaams zijn inkomsten en uitgaven bij (inclusief die voor zijn gokschulden, drankgebruik en bordeelbezoek). Op de laatste bladzijden schreef hij een aantal versregels over uit een Franse roman.

Lees voor

Latijn, Frans en Nederlands

Tot in de jaren 1100 zijn bijna alle teksten in de Lage Landen in het Latijn. Het Latijn is de taal die de Kerk gebruikt. De mensen die schrijven, zijn vooral geestelijken. Zij gebruiken dus het Latijn: de taal van de Kerk.

Vanaf 1150 beginnen de mensen ook te schrijven in de taal die ze thuis spreken. Eerst in het Frans, later ook in het Nederlands.

Vanaf de jaren 1200 schrijven mensen ook officiële brieven in het Frans of in het Nederlands. Dat is makkelijker voor mensen die weinig of geen Latijn kennen. Er komen ook nieuwe gewoonten of nieuwe spullen. Daar zijn nieuwe woorden voor nodig. Die nieuwe woorden worden bedacht in de taal die mensen elke dag spreken. Het Latijn heeft dus te weinig woorden om alles te zeggen over bijvoorbeeld economie of landbouw.

Een taal kiezen

In welke taal mensen schrijven, hangt af van waar ze wonen. Maar ook van de taal die de schrijver en de lezer kiezen. Mensen van adel spreken meestal Frans in die tijd, ook al wonen ze in een gebied waar de gewone mensen Nederlands spreken. Ze vinden dat die taal meer stijl heeft. Zij krijgen hun brieven meestal in het Frans. Ook al begrijpen ze het Nederlands. Een boodschap voor alle inwoners van een stad, schrijf je in de taal die de mensen daar spreken.

Taalgrens.
Luc Van Durme en Danny Lamarcq.

Deze kaart geeft de Germaanse kolonisatie in Noord-Gallië (vandaag België en Noord-Frankrijk) weer in de 6e en 7e eeuw. De cirkeltjes en driehoekjes verwijzen naar plaatsnamen die Germaanse persoonsnamen bevatten, maar er is een belangrijke tegenstelling tussen noord en zuid. In het noorden ziet men puur Germaanse naamtypes (geel), in het zuiden worden de Germaanse persoonsnamen verbonden met een Romaanse uitgang (rood). Het is een vroege indicatie van de Germaans- Romaanse taalgrens. De lichtgrijze lijnen geven het toen al oude Romeinse wegennet aan, die in het blauw de rivieren.

Franstalige oorkonde.
Douai, Archives Municipales, FF 900.

De oudst overgeleverde Franstalige oorkonde in het graafschap Vlaanderen stamt uit Dowaai (Douai) en dateert van februari 1204. Willaume de Hornaig erkent dat hij 83 mud graan schuldig is aan drie inwoners van de stad.

Glossen
Boulogne-sur-Mer, Bibliothèque Municipale, 126, Orosiushandschrift, fol. 4r, CC BY-NC 3.0., 1e helft 11e eeuw.

In dit handschrift staan de Oudnederlandse benamingen voor de windstreken boven de Latijnse termen genoteerd (ostan, sutost, suth, suthuuest, uuestan, northuuest, northan, northost, uuestuuind).

Dialecten middelnederlands.
Wikipedia.

Het Middelnederlands was de verzamelnaam van tal van dialecten met daarin 5 hoofdgroepen: Vlaams-Zeeuws, Brabants, Hollands, Limburgs, Oostmiddelnederlands. Deze kaart maakt duidelijk waar er Middelnederlandse dialecten gesproken werden. Het cirkeldiagram toont de relatieve verdeling van dialectsprekers omstreeks 1450.

Wachtendonck.
Leeuwarden, Provinciale Bibliotheek, ms. 149.

In 1591 trof de Leuvense en Leidse hoogleraar en humanist Justus Lipsius (1547-1606) bij kanunnik Arnold Wachtendonck in Luik een manuscript van rond 900 met de Psalmen aan, waarin boven de tekstregels de Oudnederlandse woord-voor-woordvertalingen van het Latijn stonden, vermoedelijk als hulpmiddel bij het onderwijs van het Latijn in een abdijschool. Enkele afschriften, en afschriften van afschriften, zijn bewaard.

Ontdek nog meer over dit onderwerp

Non-fictie


Bourel Wido
Olla vogala: het verhaal van de taal van de Vlamingen, in Frankrijk en elders

Ed. Yoran, 2018. 

De Vries Jan W., Burger Peter & Willemyns Roland
Het verhaal van een taal: negen eeuwen Nederlands

Prometheus, 2003. 

Janssens Guy & Marynissen Ann
Het Nederlands vroeger en nu

Acco, 2011. 

Komrij Gerrit
Hebban olla vogala: de mooiste liefdesgedichten uit de middeleeuwen

Bakker, 2002. 

Raskin Brigitte
De taalgrens, of wat de Belgen zowel verbindt als verdeelt

Davidsfonds, 2012. 

Smeyers Katrien & Brekelmans Dorus
Schapenvellen en ganzenveren: het verhaal van het middeleeuwse boek

Davidsfonds, 1999. (12+) 

Van Der Sijs Nicoline
15 eeuwen Nederlandse taal

Sterck & De Vreese, 2019. 

Van Oostrom Frits
Handgeschreven wereld: Nederlandse literatuur en cultuur in de middeleeuwen

Prometheus, 2002. 

Van Oostrom Frits
Stemmen op schrift. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur vanaf het begin tot 1300

Bakker, 2006. 

Willaert Frank
Het Nederlandse liefdeslied in de middeleeuwen

Prometheus, 2021. 

Willemyns Roland & Daniëls Wim
Het verhaal van het Vlaams: de geschiedenis van het Nederlands in de Zuidelijke Nederlanden

Standaard Uitgeverij, 2003.