De grafzerk van Jacobus Cruquius

Lees voor

In het venster Erasmus passeren tal van bekende humanisten de revue, onder wie Juan Luis Vives, Gemma Frisius, Andreas Vesalius, Gerard Mercator, Dirk Martens en Jan de Spouter. Dat deze lijst niet-exhaustief is, spreekt voor zich. Een andere vooraanstaande Vlaamse humanist, filoloog en geleerde uit de zestiende eeuw was Jacobus Cruquius, de gelatiniseerde naam van Jacob Cruucke of Jacob van Cruyck.

Cruquius werd omstreeks 1519 geboren in Mesen, in het zuiden van het huidige West-Vlaanderen. Hij studeerde aan de Universiteit van Leuven, waar hij diploma’s behaalde in de letteren en het canoniek recht. Nadien doceerde hij Grieks en Latijn in Leuven en Brugge. Zijn naam is vooral verbonden aan zijn gezaghebbende uitgaven van de werken van de Romeinse dichter Horatius. Hij overleed op 22 juni 1584.

Ruim vier eeuwen later kwam Cruquius opnieuw in de belangstelling dankzij een opmerkelijke archeologische vondst. In 2022 werd zijn massieve arduinen grafsteen ontdekt tijdens renovatiewerken in Nevele, waar ze onder de fundering van een paardenstal verborgen lag. Met potlood en kalkpapier ontrafelden vinder Luc Hautekeete en Hugo Schaeck, beiden leden van de erfgoedvereniging Het land van Nevele, de geheimen van de grafsteen. Vervolgens deden zij een beroep op Bart Robberechts van de Onderzoeksgroep Archeologie van de KU Leuven om de merkwaardige vondst verder te ontcijferen.

De grafzerk draagt een tweetalige inscriptie. Het gedeelte voor Jacobus Cruquius is opgesteld in het Latijn, de taal van de geleerden, terwijl het deel voor zijn echtgenote Catheline Vytens, die zes jaar later overleed, in het Middelnederlands is geschreven. Deze keuze onderstreept zijn intellectuele status, in een tijd waarin geletterdheid allerminst vanzelfsprekend was en slechts een beperkte groep het Latijn beheerste.

Oorspronkelijk bevond de grafsteen zich wellicht in een Brugse kerk die in 1881 werd afgebroken. Hoe de steen vervolgens in Nevele belandde, blijft tot op vandaag een mysterie. Eind vorige maand kreeg de uitzonderlijke vondst een vaste plaats in de kerk van Poesele, deelgemeente van Deinze, waar je ze voortaan van dichtbij kan bewonderen.